Voor een gewone motor kun je de volgende waardes aanhouden als er geen eisen in de datasheet vermeld staan.
| weerstand | beoordeling |
|---|---|
| < 2MΩ | actie ondernemen |
| 2..5MΩ | slecht |
| 5..10MΩ | matig |
| 10..50MΩ | normaal |
| 50..100MΩ | goed |
| >100MΩ | heel goed |
Metingen losse wikkelingen tussen wikkeling en motor aarde.
Meetspanning: 500 of 1000V
Volgens de aanbevelingen van de NETA zijn de aanbevolen minimale weerstanden als volgt:
| nominale spanning | testspanning | aanbevolen isolatieweerstand |
|---|---|---|
| <250V | 500V | 25MΩ |
| <600V | 1000V | 100MΩ |
| <1000V | 1000 | 100MΩ |
Voor een nieuwe motor moet de isolatieweerstand 10MΩ zijn. Het is niet abnormaal als deze na verloop van tijd zakt door allerlei invloeden en bijvoorbeeld vocht. Als de weerstand, gemeten met 500V onder de minimale waarde komt moet deze voor de veiligheid uit bedrijf worden genomen.
De minimale weerstand berekenen (vuistregel):
formule: 1MΩ/kV + 1MΩ
Bijvoorbeeld een motor (dus niet de wikkelingen) staat aangesloten op 400V:
minimale isolatieweerstand is 400/1000 +1 = 1,40MΩ