Inhoud

Isolatieweerstand van motoren

uitvoeren test

  1. zorg dat alle elektronische apparatuur is afgekoppeld,
  2. controleer de temperatuur. Voor de meeste tests is de aanbevolen temperatuur 20 graden,
  3. kies de juiste testspanning,
  4. na een test de kabels niet direct losnemen. De tester moet zich kunnen ontladen,
  5. hou afstand van het te testen object!

standaard motor isolatie

Voor een gewone motor kun je de volgende waardes aanhouden als er geen eisen in de datasheet vermeld staan.

weerstand beoordeling
< 2MΩ actie ondernemen
2..5MΩ slecht
5..10MΩ matig
10..50MΩ normaal
50..100MΩ goed
>100MΩ heel goed

Metingen losse wikkelingen tussen wikkeling en motor aarde.
Meetspanning: 500 of 1000V

minimale isolatieweerstand volgens NETA

Volgens de aanbevelingen van de NETA zijn de aanbevolen minimale weerstanden als volgt:

nominale spanning testspanning aanbevolen isolatieweerstand
<250V 500V 25MΩ
<600V 1000V 100MΩ
<1000V 1000 100MΩ

absoluut minimale isolatieweerstand

Voor een nieuwe motor moet de isolatieweerstand 10MΩ zijn. Het is niet abnormaal als deze na verloop van tijd zakt door allerlei invloeden en bijvoorbeeld vocht. Als de weerstand, gemeten met 500V onder de minimale waarde komt moet deze voor de veiligheid uit bedrijf worden genomen.

De minimale weerstand berekenen (vuistregel):
formule: 1MΩ/kV + 1MΩ
Bijvoorbeeld een motor (dus niet de wikkelingen) staat aangesloten op 400V:
minimale isolatieweerstand is 400/1000 +1 = 1,40MΩ